




Het zou te mooi geweest zijn indien dit groepje artefacten, na dertig jaar vrijspraak van Vermaning, een bewijs zou zijn geweest van een Neanderthaler kampement. En het zou een wonder zijn geweest indien het door deze wetenschappers zou zijn gevonden. Dat kon gewoon niet waar zijn. En zoals voorspelbaar, blijkt het ook deze keer weer te gaan om een serie hoogglanzende fel oranje-geel en rood gekleurde windlak/hyalietstenen. Zwaar verweerd met botskegels, vorstscheuren, afrondingen, witte patina, kryoturbatie-retouches en met afgebroken stukken. Deze stenen zijn gevonden op 50.000 m² (200m x 250m). Ze zaten verstopt tussen de altijd aanwezige, ontelbare zwerfstenen. En omdat ik ook wel eens op dergelijke akkers heb rondgedoold weet ik dat die zwerfstenen ook windlak/hyaliet hebben en dezelfde oranje-geel en rode kleuren vertonen. De rest van de genoemde verweringen is daarop ook aan te wijzen. Kortom ze vormen er één geheel mee. Dat in de publicatie de gehele akker als ‘keizandakker’ wordt genoemd is niet goed te begrijpen, want keizand komt normaal gesproken niet aan de oppervlakte voor. Het is nl. het restant van de Eemienbodemvorming waarop de Neanderthaler leefde en het ligt direct bovenop en in het door de Saale-ijstijd afgezette keileempakket en direct onder ‘onze’ bodem, het dekzand. Er is echter ook nog een ander type keizand, ontstaan door het smeltwater van de Saale-gletsjer. Op de geologische bodemkaart van Drenthe, Assen West en Oost van de RGD, is aangegeven waar die gronden te vinden zijn. Dat is in de geulen en de hellingen oost en west van Balloo, waarop de nieuwe vindplaats ligt. Die afzettingen zijn ouder dan die van de keileem van de Saale ijstijd. Dat Saale-keileem werd ter plaatse tijdens het geweld van het afsmeltproces van het landijs 130.000 jaar geleden totaal weggespoeld. Daardoor kwamen de oudere afzettingen aan de oppervlakte te liggen. Daar bovenop kwamen ontelbare zwerfstenen en enkele artefacten van culturen ouder dan 130.000 jaar te liggen die bij het wegspoelen van de Saale-keileem waren overgebleven en vormden een grind- en stenenpakket. Het zijn de o zo bekende zwerfsteenvelden die veel in Drenthe voorkomen, van Emmen naar Assen en daarna links afbuigend richting Buitenpost. Kenmerkend aan stenen van deze velden is dat ze nagenoeg allemaal een hoge glans hebben, het zgn. ‘hyaliet’. Ook de boven genoemde 17 hebben dit. Dit mineraal kon alleen onder de toenmalige milieu omstandigheden, tijdens het afsmelten van het Saale-ijs op stenen worden afgezet. In een barre koude wereld zonder plantengroei, maar met een hoge Ph (kalk).
In het opvolgende Eemien, tussen 130.000 en 110.000 voor heden, werd het klimaat warmer en door plantengroei verzuurde de bodem en daardoor stopte dit hyaliet-afzettingsproces. De Neanderthaler verscheen mogelijk toen al in onze streken ten tonele en bleef hier misschien tot 35.000 jaar geleden rondtrekken. Hij gebruikte de zwerfstenen met hyaliet erop, sloeg dat oppervlak weg om er zijn ‘verse’ artefacten van te kunnen maken. Die zijn in grote aantallen terug gevonden in onverstoorde keizand-bodems bij Hoogersmilde, Hijken, Eemster, Schuilenburg en nog wat andere locaties (grote foto onderaan 'artikel Bipolair'). Deze vindplaatsen, met altijd ‘verse’ artefacten, liggen op de keileem van de grondmorene (zie kaart: grijze gebied) en zijn verpakt in het keizand. In principe kunnen artefacten uit een dergelijke situatie ook op de zwerfsteenvelden terechtgekomen zijn. Echter alleen door erosie in het Eemien, Weichselien en dan door tot in onze tijd. Mogelijk is dat bij Balloo ook het geval geweest, want er worden ‘incerto facten’ gemeld. En de ervaring heeft geleerd dat daarmee ‘verse’ Midden Paleo-artefacten worden aangeduid.
De zoektochten op de vindplaats Balloo stonden onder leiding van de beroepsarcheologen D. Stapert, M. Niekus,
L. Johansen en de amateur archeoloog J. Beuker. Deelnemers waren (studenten, amateurarcheologen en anderen):
Willem Aanstoot, Bas Baaijens, Henk Bessem, Zwaan Beijk, Bert Boekschoten, Gijsbert Boekschoten, Alex Brandsen, Dick Brinkhuizen, Thijs Coenen, Margot Daleman, Sarah Dresscher, Dagmar Ewolds, Rik Feiken, Richard Fens, Ens Grefhorst, Sanne Griemink, Tymon de Haas, Jasper Huis in ’t Veld, Alexandra Hut, Tjeerd de Jong, Gerrit Jonker, Jan Kloosterman, Astrid Koops, Marlies van Kruining, Ester van de Lagemaat, Tineke Looyenga, Arnaud Maurer, Jeroen Mendelts, Jasmina Milojkovic, Erwin Mulder, Henk Paas, Jannetje Paijmans, Minie Peters, Lammert Postma, Michiel Remmelink, Jan van Rijn, Michiel Rooke, Diana Spiekhout, Laurie Spoelstra, Inge van Stokkum, Henk Trip, Max Trip, Martin Uildriks, Jan van der Veen, Alexander Verpoorte, Danielle de Vos, Frans de Vries, Piet Wiersma, Kees Wijnberg en Durk van der Zee.
In Archeoforum, de semie-spreekbuis van archeologisch Nederland, wordt verslag gedaan van de huidige onderzoeken naar het Midden Paleolithicum van Noord-Nederland. De 17 van Balloo worden opgevoerd als: 'Eerste Neandertaler-kampement in Noord-Nederland opmaat naar meer'. Op het eind van het artikel wordt het belang van de vondst alsvolgt omschreven: 'De artefacten van het nieuwe kampement....zullen te zijner tijd worden opgenomen in de collectie van het Drents Museum te Assen, waar ze in de nieuwe expositie een prominente plaats zullen krijgen'.
In het artikel wordt nergens gebruik gemaakt van 'geijkte archeologische argumenten'. Het staat echter bol van inhoudloze kreten die niets waarmaken maar veel beloven, zoals: opmaat naar meer; begint zijn vruchten af te werpen; prachtig voorbeeld; zal nog meer volgen; het succes; stroom van nieuwe vondstmeldingen; nieuw leven in te blazen; al voorspeld dat er tientallen van dergelijke vindplaatsen zouden moeten zijn; een enorme sprong voorwaarts; kunnen nieuwe sensationele ontdekkingen niet uitblijven; een prominente plaats zullen krijgen.
Indien de lezers van het Archeoforum-artikel denken dat er nu Neanderthaler kampementen zijn op het Drents keileemplateau, laten die dan eens vragen naar de opgravingsgegevens daarvan. Die zijn er niet. Er is geen enkel kampement. Die er wel zijn opgegraven, werden vals verklaard en als incerto facto bestempeld. En indien de artikeltjes over deze vondsten in Archeoforum, Paleo Actueel en Archeobrief-2009-4 algemeen als 'Wetenschap' wordt gezien, dan is het niet best gesteld in ons land met het vak Paleo-Archeologie. Bij deze 'niet in situ kampement toewijzing' betrekken de verantwoordelijke beroepsarcheolgen steeds meer mensen die van niets afweten. Met bussen vol worden ze aangevoerd naar de Drentse zwerfsteenvelden. Onschuldige verwachtingsvolle studenten uit het post-Vermaning tijdperk, zo groen als gras. Aangevuld met noordelijke amateurarcheologen en aangemoedigd door de Drents Prehistorische Vereniging (DPV).
Al met al wordt de groep steeds groter die straks medeverantwoordelijk is voor de 'nieuwe Midden Paleo-inrichting' in het Drents Museum en daarmee ook voor het uit de geschiedenis bannen van de in situ Hoogersmilde-, Hijken- en Eemster-erfenis van Tjerk Vermaning. Wat er voor in de plaats komt zijn: 'De kleren van de Hyalithicum-keizer van Balloo'.
Elders heet het 'Living on the edge'. En dat is niet zonder risico's. (K.G)




DE LAAG VAN USSELO - ONTSTAAN DOOR BOSBRANDEN, VEROORZAAKT DOOR VULKAANUITBARSTINGEN IN DUITSLAND OF DOOR NEERGESTORTE VERBRANDE DELEN VAN EEN ONTPLOFTE KOMEET ? ÉÉN DING STAAT VAST; DE HITTE MOET ENORM ZIJN GEWEEST
In 1946 werd een vreemd zwart laagje in de zandbodems van ons land voor het eerst goed onderzocht en als een apart geologisch object beschouwd. Dit onderzoek werd verricht door de toenmalige directeur van het Rijksmuseum Twente in Enschede, Cornelis Hijszeler, in de buurt van het dorp Usselo. Het kreeg dan ook de naam ‘Laag van Usselo’ Dit laagje werd nadien over geheel Noord-Europa terug gevonden. En daar bleef het niet bij, ook in Noord-Amerika bleek dit laagje aanwezig te zijn. Het wordt daar ‘Clovis Layer’ genoemd.
Deze op het Noordelijk halfrond op veel plaatsen voorkomende laag werd afgezet in de periode die Allerödtijd genoemd wordt. Het was een warme en natte periode die duurde van 13.350 – 12.700 jaar geleden. Het was een interstadiaal in de laatste Weichsel-ijstijd. Geologisch gezien lag deze periode ingeklemd tussen de koude perioden Oude Dryas en Jonge Dryas.
De Laag van Usselo bevat veel verbrande houtskoolrestanten. Over het ontstaan van deze laag wordt verschillend gedacht. Werd vroeger alleen als oorzaak aangewezen de bosbranden, ontstaan door vulkaanuitbarstingen in Duistland, nu wordt ook gedacht aan een kosmische oorzaak, nl aan het op aarde neervallen van brandende brokstukken van een komeet. Hierdoor zouden overal bossen zijn gaan branden en mogelijk vulkanen tot uitbarsting zijn gekomen. De hitte moet enorm geweest zijn want in de Laag van Usselo worden naast houtskoolresten ook glasachtige bolletjes van gesmolten koolstof aangetroffen. Daarom moet er een temperatuur geheerst hebben van vierduizend (4000) graden of hoger. Ook worden er nog microscopische kleine diamantjes in aangetroffen. Dit laatste betekent dat er meer aan de hand geweest moet zijn dan wat gewone aardse bosbranden. De gevolgen voor het milieu in Noord-Europa en Noord-Amerika waren niet gering. Maar dat is een ander verhaal, waar het hier om gaat zijn die uitgestrekte brandhaarden en vooral die enorme hitte.
Kan het zijn dat deze branden met die onvoorstelbare hitte, op het Drents keileemplateau de veroorzakers zijn geweest van de geel-bruin-roodverkleuring van enorme hoeveelheden vuursteen, die aan of dicht onder de oppervlakte lagen? Het spreekt vanzelf dat de artefacten die hiertussen aanwezig waren, voor een deel ook deze verkleuring ondergingen. Opvallend is dat veel van de door de wetenschap geclaimde echte Midden Paleolithen uit dit gebied nu juist die verkleuringen hebben, o.a. de vuistbijlen van Anderen, Wijnjeterp en Leemdijk (zie foto's). Het gaat in bijna alle gevallen om losse oppervlakte vondsten, gedaan op de zwerfsteenvelden zoals boven omschreven (zie de geologische kaart van Noord-Nederland). Het groepje van Balloo is er ook een sprekend voorbeeld van.
Stenen en artefacten die dieper onder de oppervlakte goed verpakt zaten in het dekzand en/of de keileem en keizanden van de Saale-ijstijd waren daardoor mogelijk ontsnapt aan deze kortstondige hitte. Voor het Midden Paleo zijn dat in het noorden van ons land de vondsten van bv Hoogersmilde, Hijken, Eemster en Schuilenburg.
Uitgevoerde proeven binnen de APAN met verschillende vuursteensoorten hebben aangetoond dat gele en bruine soorten bruin- en roodverkleuren wanneer ze rechtstreeks met open vuur in contact worden gebracht. De gegevens daarvan worden tzt toegevoegd. (KG)
Links naar alle artikelen en bijdragen op ApanArcheo, inclusief PDF-artikelen.
Over de APAN
Uitleg bij het APAN-vignet
APAN/EXTERN
Eemster, de vindplaats
APAN-onderzoeken
Tjerk Vermaning
Rapport Roebroeks- Eemster revisited
Artefacten her-determinatie
Collectie Sigrid Wolff
Collectie Groot Obbink
Collectie Limburgs Museum
Collectie Albert Siebring
Harry Huisman de stenenman
Abrasie in museum Les Eysies
Neanderthaler in Fryslân
Moustérien in Europa
De bipoplair-techniek
48 Vuistbijlen uit de Noordzee
Pijl&Boog van Hardinxveld
Neanderthaler in Drenthe
Jadeitbijlen in Neolithicum
De paardenjagers-godin
Hyaliet is een afzetting
Schuilenburg Midden Paleo 1
Schuilenburg Midden Paleo 2
Schuilenburg Midden Paleo 3
Schuilenburg Midden Paleo 4
Schuilenburg Midden Paleo 5
West Runton 1.800.000 BP
Mammoet van Wezuperbrug
Film
Stenenzoeken in het post-Vermaning-tijdperk
Foto's van Noordelijk vers-MP
Micoquin - Leek 1
Micoquin - Leek 2
Micoquin - Leek 3
Drie Wâldgroepschaven
Schuilenburg snavelboor
Gieten MP-snavelboor
Gieten MP-holschaaf
MP-vuistbijl van Joldelund
Grootste MP-schaaf Friesland
Bipolair MP Friesland
PDF-artikelen
Van Hyaliet tot vers Wilhelminaoord lezing GJ van Noort
Wat gebeurde er nou echt met de Neanderthalers?
APAN/EXTERN 11- Eemster waarheid in situ
Neolithisch depot van Ravenswoud
Brabantse Broddels 1
Archeobrief - APANbetoog
Brabantse Broddels 2
Open brief aan prof dr Louwe Kooijmans
Brabantse Broddels 3
Het Leiden-glaciaal in Nederland
MP-merkwaardigheden
Collectie Sigrid Wolff
Spitsschaaf Bemmel
Standvoetbekerbijltje Leek
De migratie van jagers/verzamelaars van
de Hamburgcultuur in de Noord-Europese
laagvlakte (13.000 - 11.000 BP)
Een rendierjagersvindplaats van de Ahrens-burgcultuur in de Zuidelijke Noordzee
Inclusief: Een sjamanentrommel uit 1737 als verklarend “woordenboek” voor 11.000 jaar oude tekens?
Ahrensburgtekens in het Laat Mesolithicum
IJstijdkunst en de Maanmythe
Spaubeek; van rolsteen tot slijpsteen. Onderzoek
van een oudpaleolithisch vondstcomplex
Gekerstende oude heilige plaatsen
Brabantse Broddels 4
De Leemdijkbijl. De bewogen geschiedenis van een Drentse vuistbijl'. Door A. M. Wouters.
Engelstalige PDFs
Over Jadeietbijlen in het Neolithicum
The big search for 'Green' started 5000 BC. The beginning of a new Era
Over het hoe en wat van de Neanderthalers
The effects of metabolic changes in pleistocene
hominids
Boekbesprekingen
Over het boek Scherpe stenen op mijn pad
De zwanenzang van professor H.T. Waterbolk:
een compositie in dissonanten
Over het boek Op zoek naar de Kelten. Nieuwe archeologische
ontdekkingen tussen Noordzee en Rijn
Op zoek naar de Kelten. Een boekbespreking
Over een spannend archeo-boek
Het Peruvium Project